HOE EENVOUDIG KAN DE JAARAFREKENING BIJ EEN DYNAMISCHE ENERGIEBELASTING ER UIT ZIEN?


 Behalve een dynamische energiecontract ook een dynamische energiebelasting !

- edit 14-1. I.p.v. over een jaar zou de gemiddelde kWh-prijs en dus de (dynamische) energiebelasting per maand bepaald moeten worden. Zodat er sneller een effect van gebruik bij lagere uurprijzen is -
- edit 15-3. De maandelijkse korting op de energiebelasting wordt dan bepaald op de gemiddelde kWh prijs die de dynamische energieleverancier rekent zonder de inkoopkosten die hij rekent bovenop de uur- of kwartierprijzen.
- edit 21-4. Mogelijke aanpassing om extra korting op de energiebelasting te voorkomen als gevolg van extra nutteloos gebruik (affakkelen) bij negatieve uurprijzen. De korting op de energiebelasting wordt dan alleen bepaald over het aantal afgenomen kWh's waarbij de klant de energieleverancier betaalt en niet de kWh's waarbij de energieleverancier de klant moet betalen (verbruik tijdens de uren met een negatieve prijs dus).

 In 1996 werd de energiebelasting ingevoerd met als doel een lager energieverbruik. Energie, ook elektriciteit, was toen nagenoeg 100 % fossiel. Nu 30 jaar later bestaat de elektriciteitsmix voor ruim 40 % uit elektriciteit uit wind en zon. Met op sommige momenten een overschot door deze weersafhankelijke bronnen. Daardoor was de elektriciteitsprijs in 2025 al op ruim 500 uren negatief. Vanwege die wisselende lage en zelfs negatieve prijzen bestaan er daarom ook dynamische energiecontracten. Dat heeft als merkwaardig gevolg dat er dus op een veelvoud van de genoemde ruim 500 uren er dus ook ruim 11 cent energie-!-belasting betaald moet worden voor elektriciteit waar bijna geen fossiele ... energie voor gebruikt wordt.

 Daarnaast speelt het probleem van de dubbele energiebelasting bij de handel in elektriciteit bij het laden van thuisbatterijen uit het net. Als er een dynamische energiebelasting komt is er nagenoeg geen energiebelasting tijdens het laden met de goedkope stroom uit het net. En is er derhalve ook, nagenoeg, geen dubbele energiebelasting.

 Op ruim 500 uren betalen we anno 2026 dus 11 cent per kWh energiebelasting (9,16 cent plus 21 % btw) bij 0,0 fossiel energieverbruik.

Het is logisch dat er, als de elektriciteit vooral fossiel is, er per kWh meer energiebelasting geheven wordt per kWh aan elektriciteit dan per kWh aan aardgas. De productie van elke kWh fossiele elektriciteit kost gezien het omzettingsverlies van 50 % immers 2 kWh aan aardgas.

 Maar de energiebelasting werkt bij (bijna) negatieve prijzen averechts. Zo is mede dankzij de energiebelasting ondanks een dynamisch contract ten tijde van 100 % groene stroom bijvoorbeeld een elektrische boiler (voor sanitair water of als hybride stoomketel in de industrie) duurder dan het verwarmen met aardgas. Dankzij de energiebelasting is het verschuiven van het elektriciteitsverbruik van de fossiele uren naar de anders véél goedkopere groene uren ook minder interessant. En zullen aardgascentrales tijdens de daarop volgende fossiele uren dus harder moeten draaien. Ook leidt het minder dynamisch verbruik (dus niet meer elektriciteitsverbruik tijdens de goedkope uren en minder elektriciteitsverbruik tijdens de dure, fossiele, uren) er toe dat windparken en zonnepanelen vanwege een lage vraag en dus een negatieve prijs eerder afgeschakeld moeten worden.

 Een lagere energiebelasting op momenten met een overschot aan groene stroom zou dus ook een oplossing kunnen zijn voor thuisbatterijen waarmee nu immers, dankzij die energiebelasting, alleen maar gehandeld kan worden met stroom van eigen zonnepanelen. Want als een thuisbatterij geladen wordt uit het net gaat deze immers over de meter en betaal je dus die 11 cent per kWh energiebelasting die je bij het terugleveren op het net immers niet terug krijgt. Terwijl degenen die dezelfde kWh's verbruiken ook energiebelasting betalen. In een Kamerbrief antwoordde de toenmalige staatssecretaris Van Rij geen oplossing te kunnen bedenken voor deze dubbele energiebelasting. En worden thuisbatterijen dus alleen op goedkope momenten uit het net geladen niet om mee te handelen maar alleen om later zelf te gebruiken. Het probleem van de dubbele energiebelasting (je betaalt energiebelasting tijdens het laden uit het net én ook degene die diezelfde op het net teruggeleverde kWh's verbruikt betaalt energiebelasting) wordt met de invoering van een dynamische energiebelasting ook opgelost. Want met een dynamische energiebelasting betaal je over de dan goedkope stroom uit het net immers veel minder energiebelasting.

 Een ander probleem door de energiebelasting is dat na afschaffing van de salderingsregeling huishoudens met zonnepanelen tijdens negatieve prijzen niet altijd hun omvormers uit laten vallen. Want kunnen ze op die momenten ook direct hun eigen opwek gebruiken, bijvoorbeeld om een (af)was te draaien, dan zouden ze zonder hun eigen opwek kWh's uit het net moeten halen en dus ... energiebelasting moeten betalen.

 Een oplossing om te voorkomen dat voor het gebruik van 100 % groene stroom toch die 11 cent per kWh energiebelasting betaald moet zou behalve een dynamisch energiecontract derhalve ook een dynamische energiebelastingtarief kunnen zijn. Die dynamische energiebelasting zal dan kunnen bestaan uit de huidige 11 cent per kWh energiebelasting maar dan gecorrigeerd met een toenemend percentage naar gelang de marktprijs lager, en de elektriciteit dus groener, wordt.

 De gemiddelde kWh prijs die je betaalt met een dynamisch contract bepaalt tevens de hoogte van de energiebelasting. Een gemiddeld lage kWh-prijs dus ook een hoge korting op de energiebelasting.

  Hoe vaker je elektriciteit verbruikt tijdens een overschot aan wind- of zonneenergie hoe lager je gemiddelde kWh prijs. Voor een dynamische energiebelasting hoeft men dus niet per kWh de hoogte van de dynamische energiebelasting te berekenen om ze dan vervolgens bij elkaar op te tellen. Want als je over het gehele jaar de per uur berekende dynamische energiebelasting telkens zou op tellen kom je over datzelfde jaar op precies dezelfde energiebelasting uit als je over het totale jaarverbruik in één keer de gemiddelde kWh-prijs en derhalve de dynamische energiebelasting zou berekenen. Om het effect te verhogen als in de zomer tijdens zonnige middagen meer stroom wordt afgenomen of in de winter tijdens windrijke nachten of weekenden zal de gemiddelde kWh-prijs niet per jaar maar  per maand aan de leverancier bepaald moet worden. 

 Want stel dat je over een jaar op een gemiddelde kWh van 12 cent zou komen dan wordt het per maand veel sneller mogelijk om op een gemiddeld lagere kWh-prijs te komen. En dus te profiteren van een dynamische energiebelasting. Men neme dan het bedrag dat de verbruiker voor zijn kWh-verbruik in een maand aan kale uurprijzen (dus zonder door de dynamische energieleverancier meegerekend bijkomend leveringstarief van meestal 2 cent per kWh) verschuldigd is aan de energieleverancier. Heeft de verbruiker in die maand vooral goedkope en dus vooral stroom tijdens een overschot aan wind en zon verbruikt dan is dat verschuldigde bedrag aan de energieleverancier per afgenomen kWh relatief laag. Lukt het de klant met een dynamisch energiecontract niet om meestal goedkopere stroom te verbruiken dan is het verschuldigde bedrag aan de energieleverancier per afgenomen kWh relatief hoog. De dynamische energiebelasting wordt daarom dan ook afhankelijk van de gemiddelde prijs op de maandrekening die de verbruiker aan de energieleverancier per kWh moet betalen. Mocht bij een dynamisch energiecontract de gemiddelde kWh-prijs hoog uitvallen dan geen korting op de energiebelasting. Zodat een verbruiker met een dynamisch energiecontract per kWh niet meer energiebelasting betaalt dan een verbruiker met een vast of variabel contract.

 Derhalve zal de variabele energiebelasting moeten bestaan uit een bij een dalende gemiddelde kWh-prijs afnemend tarief over de aan de energieleverancier betaald verbruik per kWh.

Bijvoorbeeld. 

Gemiddelde prijs per afgenomen kWh :   Gemiddeld minder dan 0 cent:  
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting  maal  0 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh:    Tussen 0 en  2  cent : 
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting  maal 20 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh:    Tussen 2  en 4  cent : 
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 40 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh:    Tussen 4 en 6  cent  :
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 60 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh     Tussen 6 en 8 cent   :    
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 80 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh     Vanaf 8 cent             :  
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 100 %.
                                                                          
 Gaat de verbruiker met zijn dynamisch contract meer stroom verbruiken tijdens de goedkope uren dan zal de gemiddelde kWh-prijs en dus het percentage energiebelasting per verbruikte kWh dus afnemen.

Rekenvoorbeelden van hoe met een dynamische energiebelasting de jaarrekening er uit zou moeten zien.

 Iemand laadt, ondanks zijn dynamisch energiecontract, zijn EV vooral op tijdens de dure avondpiek. De (cumulatieve) maandafrekening voor elektriciteitsverbruik zal er dan zo uit kunnen zien:
 
Totaal verbruik in een maand :  400 kWh.   Aan de energieleverancier te betalen bedrag:  € 60,-  (de gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,15 per kWh).
 De gemiddelde prijs is hoger dan 8 ct per kWh en betaalt de verbruiker dus de energiebelasting en btw alsof het een niet-dynamisch contract zou zijn. Derhalve 400 kWh x € 0,11 = € 44,-

 Dezelfde persoon laadt met zijn dynamisch energiecontract, zijn EV vooral op tijdens de goedkope uren. Momenteel betaalt ook de meest efficiënte dynamische verbruiker 400 kWh x € 0,11 = € 44,- aan energiebelasting.

Totaal verbruik : 400 kWh.  Aan de energieleverancier te betalen bedrag: € 28,- (de gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,07 per kWh).
 De gemiddelde prijs ligt tussen de 6 en 8 cent en betaalt de verbruiker dan geen € 44,- maar dus de 11 cent per kWh maal 80 % = maar € 35,20 aan energiebelasting.

Totaal verbruik : 400 kWh. Aan de energieleverancier te betalen bedrag : € 20,- (de gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,05 per kWh).
 De gemiddeldde prijs ligt tussen de 4 en 6 cent en betaalt de verbruiker dus geen € 44,- maar de 11 cent per kWh maal 60 % = € 26,40 aan energiebelasting.

Totaal verbruik: 400 kWh.  Aan de energieleverancier te betalen bedrag : € 12,-. De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,03 per kWh.
 De gemiddelde prijs ligt tussen de 3 en 5 cent en betaalt de verbruiker dus geen € 44,- maar de 11 cent per kWh maal 40 % = € 17,60 aan energiebelasting.

Totaal verbruik 400 kWh. Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 4,-. De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,01 per kWh.
 De gemiddelde prijs ligt tussen de 0 en 2 cent en betaalt de verbruiker dus geen € 44,- maar de 11 cent per kWh maal 20 % = € 4,00 aan energiebelasting.

Totaal verbruik 400 kWh.  Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 0,- De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,00 per kWh.
 De gemiddelde prijs is 0 cent. De verbruiker betaalt dan dus geen € 44,- maar de 11 cent per kWh maal 0 % = € 0,00 aan energiebelasting.

Mogelijke aanpassing om extra korting op de energiebelasting te voorkomen als gevolg van extra nutteloos gebruik (affakkelen) bij negatieve uurprijzen.

 Stel iemand heeft een thuislader. Maar heeft tijdens de negatieve uren tijdens zomerse middagen niet de gelegenheid om zijn elektrische auto 's middags te laden maar alleen 's avonds tijdens de dure avondpiek. Hij heeft wel een elektrisch kacheltje die hij al dan niet met een wifi-stekker tijdens de middaguren op afstand of met de timer met een negatieve prijs zijn tuin kan verwarmen.

 Totaal verbruik 700 kWh waarvan 100 kWh tijdens de dure avondpiek en 300 kWh tijdens negatieve prijzen. Negatieve uurprijzen worden dan benut al dan niet alleen door dan elektriciteit 'af te fakkelen' (bijvoorbeeld met een elektrisch kacheltje op een zonovergoten zomermiddag).
Aan de energieleverancier (ondanks het dure verbruik tijdens de avondpieken) te betalen bedrag € 0,- .
 De gemiddelde prijs is dan € 0,00 per kWh en wordt er dus óók geprofiteerd van de verlaging van de korting op de energiebelasting.

 Dit disproportioneel voordeel van de korting van de energiebelasting door negatieve uurprijzen (waardoor de energiebelasting tijdens de dure uren weg valt) kan voorkomen worden doordat de energieleverancier naast haar eigen gewone maandafrekening ook een aparte maandberekening maakt waarbij de negatieve uurprijzen op nul worden gesteld.

Dus. Maandafrekening voor de klant: 
100 kWh à 30 cent gemiddeld                                                                                                  + € 30,-
300 kWh gebruik tijdens de goedkope uren (> 0) à 4 cent gemiddeld                              + € 12,-
300 kWh gebruik tijdens de uren met een negatieve prijs à - 8 cent gemiddeld             - € 24,-
                                                                      Totaal te betalen aan de energieleverancier:      € 18,-

Berekening korting op de energiebelasting zonder het extra verbruik van 300 kWh vanwege een negatieve prijs:
 Totaal verbruik 400 kWh. Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 42,-. De gemiddele marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,105 cent.
 De gemiddelde prijs is € 0,105. De verbruiker ontvangt dan derhalve geen korting op de energiebelasting en betaalt dus die maand de volle € 44,- aan energiebelasting.

Berekening korting op de energiebelasting zonder negatieve prijscorrectie voor extra afgenomen 300 kWh bij een negatieve prijs: 

 Totaal verbruik 700 kWh.  Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 18,- De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,025 per kWh.
 De gemiddelde prijs is 0,025 cent. De verbruiker betaalt dan dus geen € 77,- (700 kWh x 11 cent) energiebelasting maar 700 kWh x de 11 cent per kWh maal 40 % = € 17,60 aan energiebelasting. 
Door het affakkelen met een elektrisch kacheltje tijdens de uren met een negatieve prijs wordt er dus naast de € 24,-  (300 kWh x - 8 cent) ook nog eens 44 - 17,60  = € 26,40 extra bespaard aan energiebelasting.

Berekening korting op de energiebelasting met negatieve prijscorrectie voor de extra afgenomen 300 kWh bij een negatieve prijs: 
De maandafrekening aan de energieleverancier blijft het zelfde:
100 kWh à 30 cent gemiddeld                                                                                                  + € 30,-
300 kWh gebruik tijdens de goedkope uren (> 0) à 4 cent gemiddeld                              + € 12,-
300 kWh gebruik tijdens de uren met een negatieve prijs à -8 cent gemiddeld              - € 24,-
                                                                      Totaal te betalen aan de energieleverancier:      € 18,-

Voor de berekening van de energiebelasting maakt de energieleverancier dan een opsplitsing wat
- de klant aan de energieleverancier moet betalen 
en
- wat de energieleverancier aan de klant moet betalen: 

Te betalen:        100 kWh à 30 cent gemiddeld                          + € 30,-
                            300 kWh à  8  cent gemiddeld                          + € 12,-
                                                                                      Totaal          +  € 42,-

Te ontvangen:  300 kWh à  -8 cent gemiddeld       Totaal         - € 24,- 
 
 Vervolgens wordt dan voor de belastingdienst alleen de energiebelasting in rekening gebracht over de kWh's die de klant aan de energieleverancier moet betalen, dus over de 400 kWh waarvoor de klant aan de leverancier in dit geval € 42,- betaalt. De kWh's met een negatieve prijs leveren dan dus geen extra belasting voordeel op. 

Dus: Totaal verbruik 400 kWh. Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 42,-. De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,105 cent.
 De gemiddelde prijs is € 0,105. De verbruiker ontvangt dan derhalve geen korting op de energiebelasting en betaalt dus die maand € 44,- aan energiebelasting.

Exact dezelfde energiebelasting als tijdens negatieve uren niet nutteloos wordt afgefakkeld.
 
 Wat nog belangrijker is, is de vraag of de dynamische energiebelasting een (nuttig) dynamisch elektriciteitsverbruik daadwerkelijk gaat bevorderen?

 Momenteel is dat alleen het geval als de elektriciteitsprijzen negatiever zijn dan de energiebelasting. 
 Stel iemand heeft in een maand een normaal elektriciteitsverbruik van 400 kWh. Hij stuurt zijn verbruik wel zo veel als mogelijk naar de goedkope uren en komt daarmee op een gemiddelde elektriciteitsprijs van € 0,05. Tijdens windrijke winterse nachten wanneer de stroomprijs negatief is gaat hij bovendien in de na-nacht zijn badkamer en ook zijn woonkamer i.p.v. met aardgas 1:1 elektrisch verwarmen (de regels van het bouwbesluit ter voorkoming van overbelasting van het net desondanks in acht nemende). Hij verbruikt daarmee 200 kWh extra waarvoor hij de leverancier dan gemiddeld 2 cent per kWh kale dynamische uurprijs moet betalen.

Met dynamische energiebelasting en zonder extra verbruik is dan het totale bedrag:
 400 kWh     à  € 0,05  = € 20,-  + (400  x  11 cent x 60 %)  = € 46,40

Met een dynamische energiebelasting en met extra verbruik tijdens de uren met een zeer lage elektriciteitsprijs: 
 600 kWh  waarvan 400 x € 0,05 en 200 x € 0,02  is gemiddeld 4 cent per kWh en dus 40 % van de 11 cent energiebelasting.
600 kWh   à  € 0,04 =  € 24,- + (600 x 11 cent x 40 % = € 26,40 aan energiebelasting ) = € 50,40 .

 In dit geval zijn de extra kosten inclusief energiebelasting dus alleen de € 4,- die aan de energieleverancier betaald moet worden voor het 200 kWh extra verbruik tijdens de zeer goedkope uren. Met het extra verbruik van die 200 kWh wordt ook 20 m3 aardgas bespaard. Maar wat zonder dynamische energiebelasting dus 200 kWh x € 0,11 = € 22,- aan energiebelasting zou kosten.


Nadelen.

  1.  Kans op lokale overbelasting van het elektriciteitsnet tijdens de goedkope uren.
    Dit is een serieus probleem. Overbelasting van het elektriciteitsnet door zeer lage prijzen kan overiges per definitie alleen plaatselijk zijn. Want als er overal veel elektriciteit gebruikt zou worden is er geen overschot aan elektriciteit en zijn er op die uren dus ook niet die zeer lage prijzen. Bovendien zouden EV-laders en thuisbatterijen zo geprogrammeerd kunnen worden dat ze minder laden zodra het voltage in de wijk gaat dalen. Veel elektriciteitsgebruik ten tijden van zeer lage prijzen als gevolg van een overschot aan PV stroom zal niet tot problemen moeten leiden aangezien dankzij dat overschot aan PV-stroom het elektriciteitsnet in de wijk juist overvol zit.

            Daarnaast leiden meer dynamische contracten juist tot minder overbelasting van het elektriciteitsnet waar die overbelasting nu juist wel op kan treden. Namelijk in de avonden tussen                 16:00 en 21:00 h.  Juist dankzij de dynamische tarieven zullen tijdens deze avondpiek immers minder (af)wasmachines draaien en elektrische auto's worden opgeladen.

        2.Kans op fraude.
             Door aan de betreffende belastingdienst een hoger verbruik op te geven bij hetzelfde verschuldigde bedrag aan de energieleverancier daalt de gemiddelde prijs per kWh en daarmee voor de klant dus ook het percentage energiebelasting. Maar de meterstanden worden afgelezen door de netbeheerders. Niet door de energieleveranciers. Daarnaast zal, voor het geval het mis gaat,                de dynamische energiebelasting alleen voor dynamische energie contracten moeten gelden.

  1.  Kans op slimme aanpassingen van de dynamische energiecontracten.
      Door bijvoorbeeld hogere vaste kosten te rekenen zou de energieleverancier per kWh lagere kosten kunnen rekenen waardoor de energiebelasting per kWh lager wordt. Echter zal de energiebelasting bepaald worden over de kale uurprijzen en niet over de variabele leveringskosten die de dynamische energieleverancier rekent. De veelal 2 cent leveringskosten die de dynamische leveranciers nu rekenen moeten dus op de jaarrekening apart vermeld worden en dus buiten de berekening van de gemiddelde kWh (markt)prijs en dus percentage van de energiebelasting vallen.
  2.  In de wintermaanden, wanneer het elektriciteitsverbruik het hoogst is, zal men in de maandelijkse afrekening relatief veel energiebelasting moeten betalen. Dat wordt dan verrekend in de jaarafrekening.
  3.  Invoering van een dynamische energiebelasting moet niet tot grote technische problemen kunnen leiden mocht deze weer worden afgeschaft.

 Invoering van een dynamische energiebelasting voor elektriciteit tijdens de zeer goedkope en dus groene uren lijkt mij niet alleen gewenst maar dus ook mogelijk. Het belangrijkste is dat die dynamische energiebelasting in tegenstelling tot de dynamische elektriciteitsprijzen zelf niet per uur, of zelfs kwartier, berekend hoeven te worden. Maar dus in één keer aan de hand van de gemiddelde kWh-prijs (zonder de door de leverancier gerekende inkoopkosten) dat op de maandafrekening aan de energieleverancier betaald moet worden. Invoering van dynamische energiebelasting vormt tevens ook een oplossing voor de dubbele energiebelasting bij het laden van batterijen uit het net en teruglevering op het net.

Leon Nelen.

      

Reacties

Populaire posts van deze blog

MET EEN GOEDKOPERE KOPPELING AAN H2-NET WERKT HBr-FLOWBATTERIJ ALS ELECTROLYSER ÉN ALS EEN AARDGASCENTRALE MET 63 % RENDEMENT !

WEL BIOGAS VERPLICHTEN MAAR DE VERMINDERDE STIKSTOFUITSTOOT BIJ UITRIJDEN VERGISTE MEST NEGEREN.