HOE EENVOUDIG KAN DE JAARAFREKENING BIJ EEN DYNAMISCHE ENERGIEBELASTING ER UIT ZIEN?


 Behalve een dynamische energiecontract ook een dynamische energiebelasting.

 In 1996 werd de energiebelasting ingevoerd met als doel een lager energieverbruik. Energie, ook elektriciteit, was toen nagenoeg voor 100 % fossiel. Nu 30 jaar later bestaat de elektriciteitsmix voor ruim 40 % uit elektriciteit uit wind en zon. Met op sommige momenten zelfs een overschot door deze weersafhankelijke bronnen. Daardoor was de elektriciteitsprijs in 2025 al op ruim 500 uren negatief. Vanwege die wisselende lage en zelfs negatieve prijzen bestaan er daarom ook dynamische energiecontracten. Dat heeft als merkwaardig gevolg dat er dus ook ruim 11 cent energie-!-belasting betaald moet worden voor elektriciteit waar geen fossiele ... energie voor gebruikt wordt.

 Daarnaast speelt het probleem van de dubbele energiebelasting bij de handel in elektriciteit bij het laden van thuisbatterijen uit het net. Als er een variabele energiebelasting komt is er nagenoeg geen energiebelasting tijdens het laden met de goedkope stroom uit het net. En is er derhalve ook, nagenoeg, geen dubbele energiebelasting.

 Op ruim 500 uren betalen we anno 2026 11 cent per kWh energiebelasting (9,16 cent plus 21 % btw) bij 0,0 fossiel energieverbruik.

 De energiebelasting werkt bij (bijna) negatieve prijzen zelfs averechts. Zo is mede dankzij de energiebelasting ondanks een dynamisch contract ten tijde van 100 % groene stroom bijvoorbeeld een elektrische boiler (voor sanitair water of als hybride stoomketel in de industrie) duurder dan het verwarmen met aardgas. Dankzij de energiebelasting is het verschuiven van het elektriciteitsverbruik van de fossiele uren naar de anders véél goedkopere groene uren ook minder interessant. En zullen aardgascentrales tijdens de fossiele uren dus harder moeten draaien. Ook leidt een minder dynamisch verbruik (meer elektriciteitsverbruik tijdens de goedkope uren en minder elektriciteitsverbruik tijdens de dure, fossiele, uren) er toe dat windparken en zonnepanelen vanwege een lage vraag en dus een negatieve prijs eerder afgeschakeld moeten worden.

 Een lagere energiebelasting op momenten met een overschot aan groene stroom zou ook een oplossing kunnen zijn voor thuisbatterijen waarmee nu immers, dankzij die energiebelasting, alleen maar gehandeld kan worden met stroom van eigen zonnepanelen. Want als een thuisbatterij geladen wordt uit het net gaat deze immers over de meter en betaal je dus die 11 cent per kWh energiebelasting die je bij het terugleveren op het net immers niet terug krijgt. In een Kamerbrief antwoordde de toenmalige staatssecretaris Van Rij geen oplossing te hebben voor deze dubbele energiebelasting. En worden thuisbatterijen dus alleen op goedkope momenten uit het net geladen niet om mee te handelen maar alleen om later zelf te gebruiken. Het probleem van de dubbele energiebelasting (je betaalt energiebelasting tijdens het laden uit het net én ook degene die de door jou op het net teruggeleverde kWh's verbruikt betaalt ook energiebelasting) wordt met de invoering van een dynamische energiebelasting ook opgelost. Want met een dynamische energiebelasting betaal je over de dan goedkope stroom uit het net immers veel minder energiebelasting.

 Een oplossing om te voorkomen dat voor het gebruik van 100 % groene stroom toch die 11 cent per kWh energiebelasting betaald moet zou behalve een dynamisch energiecontract derhalve ook een variabel of dynamische energiebelastingtarief kunnen zijn. Die dynamische energiebelasting zal dan kunnen bestaan uit de huidige 11 cent per kWh energiebelasting maar dan gecorrigeerd met een afnemend percentage naar gelang de marktprijs lager, en de elektriciteit dus groener, wordt.

 Moet voor een variabele / dynamische energiebelasting per uur, of zelfs kwartier, die variabele energiebelasting berekend worden? Nee, kan één keer cumulatief.

  Nee. Want als je over het gehele jaar de per uur berekende dynamische energiebelasting telkens zou op tellen kom je over datzelfde jaar op precies dezelfde energiebelasting uit als je over het totale jaarverbruik in één keer die dynamische energiebelasting zou berekenen. Men neme dan het bedrag dat de verbruiker voor zijn kWh-verbruik in een heel jaar aan kale uurprijzen (dus zonder het bijkomende leveringstarief) verschuldigd is aan de energieleverancier. Heeft de verbruiker altijd goedkope en dus vooral stroom tijdens een overschot aan wind en zon verbruikt dan is dat verschuldigde bedrag aan de energieleverancier per afgenomen kWh relatief laag. Lukt het de klant met een dynamisch energiecontract niet om meestal goedkopere stroom te verbruiken dan is het verschuldigde bedrag aan de energieleverancier per afgenomen kWh relatief hoog. De dynamische energiebelasting wordt daarom dan ook afhankelijk van de gemiddelde prijs op de jaarrekening die de verbruiker aan de energieleverancier per kWh moet betalen. Mocht bij een dynamisch energiecontract de gemiddelde kWh-prijs hoog uitvallen dan wordt het dynamisch belastingtarief afgeroomd. Zodat een verbruiker met een dynamisch energiecontract per kWh nooit meer energiebelasting betaalt dan een verbruiker met een vast of variabel contract.

 Derhalve zal de variabele energiebelasting moeten bestaan uit een progressief tarief over de aan de energieleverancier betaald verbruik per kWh.

Bijvoorbeeld. 

Gemiddelde prijs per afgenomen kWh :   Gemiddeld minder dan 0 cent:  
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting  maal  0 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh:    Tussen 0 en  2  cent : 
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting  maal 20 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh:    Tussen 2  en 4  cent : 
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 40 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh:    Tussen 4 en 6  cent  :
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 60 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh     Tussen 6 en 8 cent   :    
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 80 %.
Gemiddelde prijs per afgenomen kWh     Vanaf 8 cent             :  
                                                                                     De 11 cent per kWh energiebelasting maal 100 %.
                                                                          
 Gaat de verbruiker met zijn dynamisch contract meer stroom verbruiken tijdens de goedkope uren dan zal de gemiddelde kWh-prijs en dus het percentage energiebelasting per verbruikte kWh dus afnemen.

Rekenvoorbeelden van hoe met een dynamische energiebelasting de jaarrekening er uit zou moeten zien.

 Iemand laadt, ondanks zijn dynamisch energiecontract, zijn EV vooral op tijdens de dure avondpiek. De (cumulatieve) jaarafrekening voor elektriciteitsverbruik zal er dan zo uit kunnen zien:
 
Totaal verbruik :  4.000 kWh                                                  Aan de energieleverancier te betalen bedrag:  € 600,-  (de gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,15 per kWh).
De gemiddelde prijs is hoger dan 8 ct per kWh en betaalt de verbruiker dus de energiebelasting en btw alsof het een niet-dynamisch contract zou zijn. Derhalve 4000 kWh x € 0,11 = € 440,-

 Dezelfde persoon lade met zijn dynamisch energiecontract, zijn EV vooral op tijdens de goedkope uren. Momenteel betaalt ook de meest efficiënte dynamische verbruiker 4000 kWh x € 0,11 = € 440,-

Totaal verbruik : 4.000 kWh.                                                 Aan de energieleverancier te betalen bedrag: € 280,- (de gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,07 per kWh).
De gemiddelde prijs ligt tussen de 6 en 8 cent en betaalt de verbruiker dus de 11 cent per kWh maal 80 % = € 352,-.

Totaal verbruik : 4.000 kWh.                                                 Aan de energieleverancier te betalen bedrag : € 200,- (de gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,05 per kWh).
De gemiddeldde prijs ligt tussen de 4 en 6 cent en betaalt de verbruiker dus de 11 cent per kWh maal 60 % = € 264,-.

Totaal verbruik: 4000 kWh.                                                    Aan de energieleverancier te betalen bedrag : € 120,-. De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,03 per kWh.
De gemiddelde prijs ligt tussen de 3 en 5 cent en betaalt de verbruiker dus de 11 cent per kWh maal 40 % = € 176,-.

Totaal verbruik 4000 kWh.                                                     Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 40,-. De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,01 per kWh.
De gemiddelde prijs ligt tussen de 0 en 2 cent en betaalt de verbruiker dus de 11 cent per kWh maal 20 % = € 40,-.

Totaal verbruik 4000 kWh.                                                     Aan de energieleverancier te betalen bedrag € 0,- De gemiddelde marktprijs per kWh bedraagt dan € 0,00 per kWh.
De gemiddelde prijs is 0 cent. De verbruiker betaalt dan dus de 11 cent per kWh maal 0 % = € 0,- 

 Wat nog belangrijker is, is de vraag of de dynamische energiebelasting een (nuttig) dynamisch elektriciteitsverbruik daadwerkelijk gaat bevorderen. Nu is dat alleen het geval als de elektriciteitsprijzen negatiever zijn dan de energiebelasting. Iemand heeft een normaal elektriciteitsverbruik van 4000 kWh. Hij stuurt zijn verbruik wel zo veel als mogelijk naar de goedkope uren en komt daarmee op een gemiddelde elektriciteitsprijs van € 0,05. Tijdens de windrijke winterse nachten wanneer de stroomprijs negatief is gaat hij bovendien in de na-nacht zijn badkamer en ook zijn woonkamer i.p.v. met aardgas 1:1 elektrisch verwarmen (de regels van het bouwbesluit desondanks in acht nemende). Hij verbruikt daarmee 2000 kWh extra waarvoor hij de leverancier dan gemiddeld 2 cent per kWh kale dynamische uurprijs moet betalen.

Zonder dynamische energiebelasting:
 4000 kWh     à  € 0,05  = € 200,-  + (4000  x  11 cent  x  60 % = € 264,-) = € 464,-

Met dynamische energiebelasting en dus een extra verbruik tijdens de uren met een zeer lage elektriciteitsprijs: 
 6000 kWh  waarvan 4000 x € 0,05 en 2000 x € 0,02  is gemiddeld 4 cent per kWh en dus 40 % i.p.v. 60 % van de 11 cent energiebelasting.
6000 kWh    à € 0,04 =  € 240,- + (6000 x 11 cent x 40 % = € 264,- ) = € 504,- .

 In dit geval zijn de extra kosten inclusief energiebelasting dus alleen de € 40,- die aan de energieleverancier betaald moet worden voor het 2000 kWh extra verbruik tijdens de zeer goedkope uren. Met het extra verbruik van die 2000 kWh wordt ook 200 m3 aardgas bespaard. Wat zonder dynamische energiebelasting dus 2000 kWh x € 0,11 = € 220,- aan energiebelasting zou kosten.


Nadelen.

  1.  Kans op lokale overbelasting van het elektriciteitsnet tijdens de goedkope uren.
    Dit is een serieus probleem. Overbelasting van het elektriciteitsnet door zeer lage prijzen kan pveriges per definitie alleen plaatselijk zijn. Want als er overal veel elektriciteit gebruikt zou worden is er geen overschot aan elektriciteit en zijn er op die uren dus ook niet die zeer lage prijzen. Bovendien zouden EV-laders en thuisbatterijen zo geprogrammeerd kunnen worden dat ze minder laden zodra het voltage in de wijk gaat dalen. Veel elektriciteitsgebruik ten tijden van zeer lage prijzen als gevolg van een overschot aan PV stroom zal niet tot problemen moeten leiden aangezien dankzij dat overschot aan PV-stroom het elektriciteitsnet in de wijk juist overvol zit.

            Daarnaast leiden meer dynamische contracten juist tot minder overbelasting van het elektriciteitsnet waar die overbelasting nu juist wel op kan treden. Namelijk in de avonden tussen                 16:00 en 21:00 h.  Juist dankzij de dynamische tarieven zullen tijdens deze avondpiek immers minder (af)wasmachines draaien en elektrische auto's worden opgeladen.
        2.Kans op fraude.
             Door aan de betreffende belastingdienst een hoger verbruik op te geven bij hetzelfde verschuldigde bedrag aan de energieleverancier daalt de gemiddelde prijs per kWh en daarmee                    dus ook het percentage energiebelasting. Maar de meterstanden worden afgelezen door de netbeheerders. Niet door de energieleveranciers. Daarnaast zal, voor het geval het mis gaat,                de dynamische energiebelasting alleen voor dynamische energie contracten moeten gelden.
  1.  Kans op slimme aanpassingen van de dynamische energiecontracten.
      Door bijvoorbeeld hogere vaste kosten te rekenen zou de energieleverancier per kWh lagere kosten kunnen rekenen waardoor de energiebelasting per kWh lager wordt. Echter zal de energiebelasting bepaald moeten worden over de kale uurprijzen en niet over de variabele leveringskosten die de dynamische energieleverancier rekent. De veelal 2 cent leveringskosten die de dynamische leveranciers nu rekenen moeten dus op de jaarrekening apart vermeld moeten worden en dus buiten de berekening van de gemiddelde kWh (markt)prijs en dus percentage van de energiebelasting vallen.
  2.  In de wintermaanden, wanneer het elektriciteitsverbruik het hoogst is, zal men in de maandelijkse afrekening relatief veel energiebelasting moeten betalen. Dat wordt dan verrekend in de jaarafrekening.
  3.  Invoering van een dynamische energiebelasting moet niet tot grote technische problemen kunne leiden mocht deze weer worden afgeschaft.

 Invoering van een dynamische energiebelasting voor elektriciteit lijkt mij niet alleen gewenst maar dus ook mogelijk. Het belangrijkste is dat die dynamische energiebelasting in tegenstelling tot de dynamische elektriciteitsprijzen zelf niet per uur, of zelfs kwartier, berekend hoeven te worden. Maar dus in één keer aan de hand van de gemiddelde kWh-prijs dat op de jaarafrekening aan de energieleverancier betaald moet worden.

Leon Nelen.

      

Reacties

Populaire posts van deze blog

MET EEN GOEDKOPERE KOPPELING AAN H2-NET WERKT HBr-FLOWBATTERIJ ALS ELECTROLYSER ÉN ALS EEN AARDGASCENTRALE MET 63 % RENDEMENT !

WEL BIOGAS VERPLICHTEN MAAR DE VERMINDERDE STIKSTOFUITSTOOT BIJ UITRIJDEN VERGISTE MEST NEGEREN.