BLAUWE WATERSTOFHYPE JUIST GOED VOOR TOEPASSING HBr-FLOWBATTERIJ WANT DAN GEEN 45 % !!! OMZETTINGSVERLIES.
De omzetting van
aardgas naar het vooralsnog populaire blauwe waterstof ('want geen CO2') geeft enorme
omzettingsverliezen. Equinor en RWE willen gascentrales op waterstof terwijl het rendement van de modernste aardgasgestookte gascentrale zakt van 50 naar 35 %! Voor de toepassing van blauwe waterstof geproduceerd uit
aardgas voor het met waterstof ontladen van een HBr-flowbatterij treedt ook 25 % SMR-reformverlies op maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door het zeer hoge rendement van de HBr-flowbatterij als brandstofcel. Het zou met de omzetting van aardgas naar blauwe waterstof van
de HBr-flowbatterij derhalve ook een CO2-vrije elektriciteitscentrale kunnen maken. Maar dan met
een rendement dat 28 % hoger ligt dan de blauwe waterstofcentrales van Equinor en RWE (of de Maxima-centrale van Engie) of zelfs 13 % hoger dan de 50 % van de huidige, niet-CO2-emissievrije, STEG-aardgascentrale. Aangezien de gevormde HBr persé terug omgezet moet worden
tot Br2 beschikt men dan tevens over een zeer goedkope elektrolyser.
Waterstofpijpleiding gaat Duitsland en Noorwegen verbinden | Change Inc.
Het Noorse staatsbedrijf Equinor en het Duitse RWE melden, midden in de gascrisis, grootse plannen om aardgas om te zetten tot blauwe waterstof. Daartoe komt er een nieuwe pijpleiding van (slechts) 10 GW voor transport naar Duitsland waar ook drie nieuwe STEG-gascentrales op waterstof komen van bij elkaar 3 GW. En dat is, ondanks de enorme omzettingsverliezen, allemaal rendabel dankzij de te besparen CO2-emissierechten. Omzettingsverliezen die er niet zouden zijn als men gewoon eerst de huidige grijze waterstof in de chemische industrie vervangt. Óf deze te importeren waterstof zou gebruiken voor de brandstofcelfase van een aan een waterstofnet gekoppelde HBr-flowbatterij.
Door de omzetting van
aardgas naar waterstof treden er enorme omzettingverliezen op.
Omzettingsverliezen die vooral betaald zullen worden door het wegvallen van de
ETS-emissie heffing. Het doel van blauwe waterstof is immers de omzetting van
aardgas tot waterstof en de CO2 die daarbij vrijkomt af te vangen en op te slaan in lege gasvelden. 50 jaar klimaatbeleid
met als credo besparing van de schaarse fossiele brandstoffen is dus inmiddels
vervangen door CO2-vrij-acuutklimaatcrisisbeleid maar dan wel met 45 % extra
verbruik van de schaarse en minst vervuilende fossiele brandstof aardgas. (Gezien
het 33 % rendementsverlies is voor eenzelfde hoeveelheid verbrandingswarmte
immers 45 % extra aardgas nodig). Er wordt keihard ontkent dat er daardoor
extra LNG import nodig is. Maar
inmiddels zijn, ondanks alle mooie ‘groene’ en
‘minder-afhankelijk-van-dictatoriale-regimes-praatjes’ de eerste LNG-contracten
met Qatar getekend.
Maar er is een
alternatief waarbij de omzetting van aardgas naar waterstof niet tot onnodige
omzettingsverliezen leidt. Namelijk een aan een waterstofnet gekoppelde
HBr-flowbatterij. Een HBr-flowbatterij heeft in de ontladingsfase, dus de
brandstofcelfase, immers de meest efficiënte omzetting van aardgas naar
elektriciteit. Ook hierbij moet de tijdens het ontladen van de batterij de te
gebruiken aardgas ook middels Steam Methane Reforming worden omgezet tot
waterstof. Maar dat verlies van 25 %, het rendement is dus 75%, wordt
ruimschoots te niet gedaan door het zeer hoge rendement van 84 % van de
HBr-flowbatterij in de brandstofcelfase. Waardoor het totale rendement van het
aardgas dat als waterstof dat tijdens het ontladen aan de HBr-flowbatterij moet worden teruggeleverd uitkomt op maar liefst 63% (75 % x 84 %). En daarmee dus zelfs het (elektrisch)
rendement van de meest efficiënte STEG-centrale die, rechtstreeks, op aardgas
draait, met 13 % overtreft! Met andere
woorden. Biedt het onzalige plan om met het omzetten van aardgas naar waterstof
om dit vervolgens met 45 % verlies te verbranden in een elektriciteitscentrale
misschien juist kansen voor de aan het waterstofnet gekoppelde HBr-flowbatterij
als aparte hoogrendements brandstofcel én elektrolyser ?
Voor de productie van
blauwe waterstof moeten Equinor en RWE het aardgas eerst omzetten in waterstof.
Dat zal plaats vinden middels Steam Methane Reforming. Een proces dat al bijna
100 jaar wordt toegepast voor de productie van waterstof voor bijvoorbeeld de
productie van kunstmest. Steam Methane Reforming geeft een verlies van 25%.
Vervolgens wordt deze
waterstof verbrand in een STEG-centrale. Het rendement van een STEG (Stoom en
Gasturbine) centrale is 50 %, bovenwaarde!
De condensatiewarmte wordt bij verbranding in een gasturbine immers niet
benut (in tegenstelling tot een, goed afgestelde, HR- of rookgascondenserende ketel blijft het
rookgas immers ver boven het condensatiepunt van 55 graden). En dus geeft de
verbranding van waterstof, waarbij immers alleen maar waterdamp ontstaat, ook
een hoger condensatiewarmteverlies dan bij de directe verbranding van
aardgas. Bij de verbranding van aardgas resteert 89 % van de totale
verbrandingswaarde en bij de verbranding van waterstof slechts 82 %. Waterstof
levert bij verbranding in een gascentrale derhalve maar 82/89 x 100 % = 92 %
van de verbrandingswaarde dan dat van aardgas.
Wat van de verbrandingswaarde van aardgas na omzetting in waterstof resteert voordat het in een gascentrale wordt verbrandt slinkt daarbij dus tot 75 % x 92 % = 69 %. Vervolgens de omzetting in de gascentrale zelf en zakt het totaal rendement dus van 50 % naar 35 %. Namelijk 75% x 92% x 50
%.
Dat houdt dus in
dat voor dezelfde warmte-eenheid aan waterstof er in dit plan van Equinor en
RWE dus 45 % extra aardgas verbruikt moet worden. Immers zóu het verlies 50 %
zijn, als getal waar het makkelijkst mee te rekenen is en het restant dan dus
ook 50 %, dan zou voor dezelfde warmte-eenheden er twee keer zoveel aardgas
nodig zijn. De rekensom hiervan is in dat rekenvoorbeeld dan:
100 x 0,5 = 50
Om dezelfde
warmte-eenheid van 100 te krijgen moet er dan dus geen 100 maar 200 aan aardgas
gebruikt worden. Daartoe wordt 100 gedeeld door 0,5 dus:
100/0,5 x 0,5
= 100.
100/0,5 = 200.
Tot zover dit
voorbeeld.
Nu is het verlies
door Steam Methane Reforming en het extra verlies aan condensatiewarmte bij
verbranding als waterstof ‘slechts’ 31 % en blijft er dus 69 % over. Dus als we
die 69 % nu in dezelfde rekensom plaatsen wordt de rekensom:
100 x 0,69 = 69 %
100/0,69 x 0,69 = 100
100/0,69 = 144,9 dus zeg maar 145.
Als je aardgas
(methaan) dus omzet naar waterstof en deze vervolgens verbrandt in een
gascentrale heb je dus 45 % meer aardgas nodig. Dus er zal 45 % meer verbruikt
worden van het schaarse en minst vervuilende fossiele brandstof. Om het vervolgens als LNG
weer te moeten importeren.
Het tweede
opmerkelijke van dit plan van Equinor en RWE is de aanleg van een nieuwe
gasleiding van Noorwegen naar Duitsland voor slechts 10 GW aan waterstof. De
gasleidingen voor aardgas zijn natuurlijk een stuk groter dan 10 GW.
Tot zover de grote
omzettingsverliezen en dat aan juist de minst vervuilende fossiele brandstof
(aardgas). Welke mijns inziens deze plannen onwenselijk maken. Maar biedt de
import van waterstof uit Noorwegen juist geen kansen zonder onnodige
omzettingsverliezen. Dus waarbij aardgas sowieso omgezet moet worden tot
waterstof? Dat zijn dus:
1. 1. Vervanging
van de huidige grijze waterstof voor de chemische industrie. Of zouden Equinor
en RWE het gaan presteren om waterstof in een gascentrale te gaan verbranden om
aardgas te besparen terwijl tien kilometer verder er zelfs 33 % meer aardgas
verbruikt moet worden om als grondstof diezelfde hoeveelheid waterstof weer te
moeten produceren?
2. 2. Een
aan het H2-net gekoppelde HBr-flowbatterij.
Een HBr-flowbatterij
is een alternatief voor stationaire lithium-ion batterijen en werkt op de
reactie 2HBr + elektriciteit à H2 + Br2 – 72 kJ in de
opladings- (en dus elektrolyser-)fase en met H2 + Br2 à
2 HBr + elektriciteit + 72 kJ. in de
ontladings- (en dus brandstofcel-) fase. Deze wordt verder ontwikkeld door
Elestor in Arnhem. De HBr-batterij gebruikt geen dure zeldzame metalen. Zo is
bromide zelfs een bijproduct van de winning van keukenzout. Het heet een
flowbatterij doordat de reagentia in aparte (op te schalen) tanks kan worden
opgeslagen en de reagentia vervolgens langs het protongeleidende (op te schalen)
membranen kan worden gepompt. De energieinhoud is laag. Bij de reactie Br2 + H2
à 2 HBr + 72 kJ komt per H2-molecuul immers
maar 4 keer minder energie vrij dan bij de reactie 2H2 + O2 à 2 H2O + 572 kJ. Dit wordt overigens gedeeltelijk teniet gedaan
door het hogere rendement. HBr en Br2 kunnen in dezelfde tank worden
opgeslagen. Bij voorbeeld in een grote olieopslagtank van mede-investeerder in
Elestor Vopak. Waterstof moet worden opgeslagen in een aparte tank. De opslag
van waterstof vraagt de meeste ruimte en heeft de grootste invloed op de
kostprijs per teruggeleverde kWh. Echter werkt de fabrikant Elestor nu aan een
concept waarbij de relatief dure eigen waterstofopslag komt te vervallen door
de HBr-batterij te koppelen aan een waterstofnet. Tijdens het laden van de batterij
(dus tijdens zonnige zomerse middagen of windrijke winterse nachten wanneer er
dus een stroomoverschot is) wordt de HBr omgezet in Br2 en H2 waarbij de H2 echter
wordt verkocht en verdwijnt in het waterstofnet. Tijdens het ontladen (de brandstofcelfase)
zal de flowbatterij echter weer dezelfde hoeveelheid waterstof uit het
waterstofnet moeten onttrekken. Als de SMR-waterstof voldoende gezuiverd kan
worden voor de gevoelige membranen van de HBr-batterij kan dat dus de blauwe
waterstof van het Noorse Equinor zijn.
Nu heeft de HBr-flowbatterij
in de brandstofcelfase dan wel een hoog rendement (84%, er treedt dus weinig
verlies aan warmte op) maar de opbrengst van de reactie H2 +Br2 à
2HBr ( 73 kJ) is een stuk lager dan wanneer hetzelfde waterstofmolecuul zou
reageren met zuurstof ( 286 kJ). Dat verschil is geen verlies aangezien tijdens
de daar op volgende elektrolyserfase het verschil van 213 kJ weer vrij komt in
de vorm van H2. Maar voor de brandstofcelfase is de lage opbrengst van 72 kJ
wel ongunstig. Gezien het verschil in rendement tussen de brandstofcelfase van
de HBr-flowbatterij en de STEG-centrale die anders de blauwe waterstof zou
verbranden wordt het verschil in de brandstofcelfase al iets minder:
HBr-flowbatterij brandstofcelfase : 72 kJ x 84 % = 61
kJ
STEG centrale op waterstof : 286 kJ x 50 % x 0,92 (vanwege extra condensatiewarmteverlies)
= 131 kJ
Voor een aan het
H2-net gekoppelde HBr-flowbatterij moet voor hetzelfde vermogen dus 131/61 = 2,1 keer meer waterstof (terug) aangevoerd
worden dan bij verbranding in een STEG-gascentrale. Daar staat dus tegenover
dat tijdens de elektrolyserfase er maar 72 kJ aan elektriciteit (als je het
rendement mee rekent 86 kJ) nodig is om uit HBr het energierijke waterstofgas
te maken. Het zou daarom ook mogelijk zijn om in Noorwegen uit met waterkracht
of in Schotland of op de Doggersbank met daar dan rijkelijk aanwezige
windstroom groene waterstof te maken om deze dan te transporteren naar een
HBr-flowbatterij in Nederland of Duitsland. Dat zal dan een veel hoger
rendement geven dan een op waterstof gestookte gascentrale. Terwijl men dan
tevens, met de HBr-flowbatterij in de elektrolyserfase, ook beschikt over een
elektrolyser met een zeer hoog rendement.
De HBr-flowbatterij
zou dus weldegelijk kunnen profiteren van de blauwe waterstofhype. Gekoppeld
aan het waterstofnet is deze mogelijk een stuk goedkoper dan de nieuwe geplande
STEG-gascentrales op waterstof. En het rendement maar liefst 28 % hoger. Tevens beschikt men met een aan het waterstofnet gekoppelde HBr-flowbatterij dus tevens over een elektrolyser met ook een zeer hoog rendement.
Leon Nelen.
Reacties
Een reactie posten