GEKOPPELD AAN EEN H2-NET GEKOPPELDE HBr-FLOWBATTERIJ KAN EEN BATTOLYSER LANGER RENDABEL DOOR DRAAIEN.
Een belangrijk deel van de investeringskosten voor een HBr-flowbatterij wordt gevormd door de waterstofgasopslag. Een HBr-flowbatterij zou dan ook een stuk goedkoper kunnen worden door de eigen waterstofopslag te vervangen door een koppeling aan een H2-net. Daarbij werkt de HBr-flowbatterij tijdens het laden dus als een elektrolyser en levert dan dus waterstof (2 HBr + e --> Br2 + H2). Nadeel daarvan is dat de aanwezige hoeveelheid HBr (of Br2) tijdens de electrolyser- (of brandstofcelfase) beperkt is. Tijdens de elektrolysefase gevormde Br2 moet dus tijdens een daaropvolgende stroomtekort in de brandstofcelfase door toevoeging van H2 weer terug omgezet moet worden in HBr. Tijdens die brandstofcelfase produceert de HBr-flowbatterij dan wel elektriciteit. Maar die hoeveelheid is als gevolg van het omzettingsverlies in de elektrolyser die de daarvoor noodzakelijke waterstof moet maken natuurlijk minder. De aan de HBr-flowbatterij gekoppelde electrolyer moet immers eerst elektriciteit omzetten in waterstof en de HBr-flowbatterij moet die waterstof vervolgens weer terug moet omzetten in elektriciteit ((maar daarbij ontstaat dus ook HBr zodat de HBr-flowbatterij tijdens een overschot aan zon- en windenergie überhaupt weer als electrolyser kan werken)).
Tijdens stroomoverschotten produceert de HBr-flowbatterij extra waterstof en bespaart dus energie: +
Tijdens stroomtekorten verbruiken de HBr-batterij en de elektrolyser samen netto elektriciteit: -
Als electrolyser die tijdens de brandstofcelfase waterstof moet terugleveren kies ik de battolyser vanwege het (beloofde) hoge rendement van 90% en het feit dat zowel de producent van de battolyser (Battolyser Systems) en de producent van de HBr-flowbatterij (Elestor) tot de investeerder Koolen-Groep behoren. In mijn uiteenzetting hoe dit systeem zou moeten werken neem ik ook mee dat de Battolyser als ijzer-nikkel batterij tevens als een bescheiden batterij werkt. De ijzer-nikkel batterij gaat pas als electrolyser werken als deze, als batterij, geladen is.
Stel je zet een HBr-flowbatterij naast een elektrolyser bij een fabriek waar je grijze SMR-waterstof kan vervangen en de HBr-flowbatterij en electrolyser dus beiden aardgas besparen. Met alleen een HBr-flowbatterij gaat dat niet lukken. Want zonder aparte electrolyser kan de tijdens de electrolyserfase ontstane Br2 immers niet met, schone, waterstof geregenereerd worden. En met alleen de electrolyser misschien ook niet. Want de electrolyser is misschien niet rendabel wanneer deze alleen tijdens de uren met een zeer lage elektriciteitsprijs kan draaien. Maar misschien is er sprake van synergie als de HBr-flowbatterij en de electrolyser samen kunnen werken. En wel tijdens de uren wanneer de (dan fossiele) stroomprijs niet al te hoog is zodat de electrolyser voor de HBr-flowbatterij waterstof kan maken voor de noodzakelijke regeneratie van de tijdens de elektrolysefase gemaakte Br2 in de HBr-flowbatterij. Tijdens dat regenereren verbruikt de HBr-flowbatterij waterstof dat door de electrolyser met elektriciteit gemaakt is. Maar als brandstofcel levert de HBr-flowbatterij ook een gedeelte van die elektriciteit terug. De winst zou dan zijn dat de HBr-flowbatterij tijdens zijn elektrolyserfase meer energie bespaart tijdens het produceren van de extra waterstof. De daarvoor gebruikte zonne- of windstroom zou dan anders immers als gevolg van negatieve prijzen worden afgeschaald (gecurtaild).
Tijdens overschotten aan wind- en zonnestroom produceren zowel de HBr-flowbatterij als de elektrolyser H2 maar de HBr-flowbatterij eerst voor haar eigen waterstofopslag. Als de eigen (kostbare) H2-opslag vol is, gaat vervolgens de HBr-flowbatterij als extra verdienmodel ook als elektrolyser werken. Tijdens de duurste (fossiele) uren, dus tussen 18:00 en 21:00 h, kan de HBr-blowbatterij uit haar eigen H2-opslag met een roundtriprendement van 70 % elektriciteit terugleveren. Maar na overdag als elektrolyser door gedraaid te hebben blijft de HBr-batterij met een voorraad Br2 zitten. Deze zal om later weer als elektrolyser te kunnen werken weer terug omgezet moeten worden in HBr. Als je daarvoor geen grijze onvoldoende te zuiveren SMR-H2 kan gebruiken zal je dus tijdens de periodes zonder stroomoverschot een elektrolyser moeten laten draaien om voor de HBr-flowbatterij waterstof te produceren. Daarmee gaat de HBr-flowbatterij samen met die elektrolyser dus, gezien het elektrolyse- en brandstofcelverlies, dus netto elektriciteit verbruiken. Daarvoor kies je dan de minder dure fossiele uren. Gezien het omzettingsverlies door de elektrolyser en HBr-batterij zal op dat moment meer elektriciteit verbruikt worden dan dat je HBr-flowbatterij als brandstofcel produceert. Zijn de kosten daarvoor lager dan dat de HBr-flowbatterij als elektrolyser heeft opgebracht?
In mijn berekening ga ik uit van een roundtriprendement van de HBr-flowbatterij van 70 %. En derhalve een elektrolyserendement van 84 % en een brandstofcelrendement van 84 % (0,837 x 0,837 = 0,7). Als elektrolyser neem ik in mijn berekening een battolyser. Deze ijzer-nikkelbatterij heeft als elektrolyser een rendement van 90 %. In mijn berekening neem ik ook mee dat tijdens de electrolyser-fase door de levering van groene waterstof de aanmaak van grijze waterstof bespaard wordt. Er wordt dan aardgas bespaard inclusief het 25 % omzettingsverlies door steam methane reforming (SMR).
In mijn berekening ga ik ook uit van een input in de HBr-flowbatterij tijdens het laden (en dus elektrolysefase) van 100 kWh aan overtollige zonne- of windstroom dat dus anders gecurtaild zou worden. Maar waar de HBr-flowbatterij nu dus extra H2 gaat maken. Deze extra H2 is dus, aanvankelijk, pure winst.


Reacties
Een reactie posten