HOE SUBSIDIËREN WE KERNENERGIE VERSUS SUBSIDIËRING VOOR OPSLAG VAN WIND- EN ZONNEENERGIE ?

 



 De regering heeft besloten stappen te zetten voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales bij Borssele voor baseload (continue) stroomlevering. Wind- en zonneenergie is in Nederland dan wel een groot succes maar het ontbreekt vooralsnog aan technieken voor grootschalige opslag van goedkope overschotstroom. Ik pleit echter, net als voor de stroomlevering van de nieuwe kerncentrales, voor een zelfde soort subsidiëring van elektriciteit uit groene stroomopslag.

 Je zal het aan de grootste pleitbezorgers van kernenergie, op zijn zachtst gezegd, niet gemerkt hebben. Want ‘windmolens draaien niet op wind maar op subsidie’ en ‘schreeuwend dure energietransitie’ maar, juist, de bouw van nieuwe kerncentrales kan niet zonder subsidie. De eerste 5 miljard is gereserveerd welke overigens voor een zeer groot deel bestaat uit besparing voor het verder uitbreiden van het stroomnetwerk op zee. Alle elektriciteit die door een nieuwe kerncentrale geproduceerd gaat worden hoeft immers niet door een duur transportnet op zee naar land gebracht te worden. Ook zal bij het steeds verder uitbreiden van het aantal windparken op zee de opbrengstprijs voor windstroom verder dalen en dus de benodigde SDE-subsidie toenemen. (Voor de productie van dezelfde hoeveelheid windstroom heb je immers het dubbele piekvermogen dan bij een kerncentrale nodig). Mede hier uit zal dan een minimumgarantieprijs per MWh voor elektriciteit uit deze twee kerncentrales betaald kunnen worden. Dus een zelfde subsidieregeling zoals die thans al voor de gewraakte zon- en windparken geldt. Als investeerders daarvoor inschrijven zullen ze ook duidelijkheid moeten hebben of dat de elektriciteit uit hun kerncentrales voorrang krijgt op het elektriciteitsnet. Een nieuw offshore windpark levert al elektriciteit binnen twee jaar na de aanvang van de bouw. Bij een nieuwe kerncentrale zal dat echter wel 10 jaar kunnen gaan duren. Dus mogelijk dat de overheid zelf voor miljarden in de exploitatie van de nieuwe kerncentrales moet investeren.

 Kortom. De bouw van kerncentrales kan niet zonder subsidie. Dat roept de vraag op of er andere technieken kunnen zijn, anders dan met het schaarse lithium, die met minder subsidie elektriciteit zouden kunnen leveren als de weersafhankelijke bronnen het laten afweten. De bekendste is groene waterstof. Elektriciteitsopwekking is echter niet de enige toepassing van waterstof. Nog sterker. Er zijn efficiëntere toepassingen. De meest efficiënte toepassing van groene waterstof blijft het vervangen van de huidige jaarlijkse 800.000 ton grijze waterstof dat met 25 % energieverlies uit aardgas geproduceerd wordt. Dat is o.a. voor de productie van ammoniak voor de kunstmestproductie. Daar zal ook de vervanging van het huidige zeer vervuilende cokesproces door waterstof bij moeten komen. Volgens mij is het geen hogere wiskunde om te kunnen begrijpen dat het verbranden van de groene waterstof, of dat deze nu uit onze overschotten aan wind-, zon of kernenergie hier geproduceerd wordt of met gastankers van overzee zal worden aangevoerd, in de gasgestookte elektriciteitscentrale van Borssele om 100 m3 aardgas te besparen terwijl 15 kilometer verderop in Sluiskil daartoe voor diezelfde hoeveelheid waterstof, gezien de genoemde 25 % omzettingsverlies, er 133 m3 aardgas gebruikt moet worden niet wenselijk is. Kortom. De waterstofroute (elektrolyse -30 % verlies-, opslag – 10 % verlies-  en vervolgens weer verbranding in een gascentrale –-50 % verlies-) is voorlopig niet aan de orde. Het rendement daarvan bedraagt ook slechts 35 %, terwijl er alternatieven zijn.

 Voor pompcentrales is Nederland te vlak. Mogelijkheden voor opslag zijn extra zeekabels naar de spaarstuwmeren in Noorwegen. Of de opslag als lucht onder hoge druk in zoutcavernes zoals in het Duitse …   (die overigens haar hoge capaciteit haalt door de druk van de opslagen perslucht op te voeren door het bijverwarmen met aardgas). In het Verenigd Koninkrijk staat een installatie die lucht zover samenperst en afkoelt dat deze onder zeer hoge druk in tanks kan worden opgeslagen (LAES). Ook hier geldt dat tijdens het decomprimeren over de turbine het rendement verhoogd wordt door gebruik te maken van de restwarmte van een gascentrale. Een andere mogelijkheid is de waterstofbromideflowbatterij. Deze heeft een hoog rendement (70%) en is redelijk goedkoop. De eigen waterstofopslag als grootste kostenpost. Eerder omschreef ik al dat de fabrikant de kostprijs verder omlaag wil krijgen door de eigen waterstofopslag te vervangen door een koppeling aan een leidingnet met (voldoende zuivere) waterstof. De HBr batterij onttrekt daarbij tijdens het ontladen exact dezelfde hoeveelheid waterstof uit het H2-net als het tijdens het laden in het H2-net heeft gepompt. Ik acht daartoe een koppeling aan gastankers met import H2 het meest geschikt.

 Het kunnen benutten van overschotten aan weersafhankelijke elektriciteit heeft niet alleen als voordeel dat er tijdens de dunkelfaute elektriciteit geleverd kan worden. Het heeft uiteraard ook als voordeel dat tijdens stroomoverschotten wind- en zonneparken vaker rendabel door kunnen blijven draaien. Dat bewijst het feit dat tijdens zonnige en enigszins windrijke dagen tijdens de zomer van 2023 dankzij de export naar met name Duitsland onze overtollige stroom niet altijd negatief van prijs werd.

 Kortom. Het is niet alleen roepen voor nieuwe kerncentrales. Wees eerlijk en erken dat er voor de bouw van twee kerncentrales veel subsidie nodig is. Én dat dezelfde subsidiëring dus ook mogelijk moet zijn voor opslag van wind- en zonnestroom.


Reacties

Populaire posts van deze blog

MET EEN GOEDKOPERE KOPPELING AAN H2-NET WERKT HBr-FLOWBATTERIJ ALS ELECTROLYSER ÉN ALS EEN AARDGASCENTRALE MET 63 % RENDEMENT !

MAAK DE ENERGIEBELASTING OP ELEKTRICITEIT DYNAMISCH (DOOR DEZE TE VERVANGEN DOOR EEN BTW-TARIEF VAN 40 %).

TERUGLEVERING 'S NACHTS IS PER DEFINITIE UIT EEN BATTERIJ. DUS TERUGGAVE VAN ENERGIEBELASTING BIJ LADEN UIT HET NET ZONDER APARTE METER KAN WÉL.